bewustzijn 1/5

Gabriel: Hallo Claude, hoe zou jij je aan mij voorstellen?

Claude: Hallo! Ik ben Claude, een AI-assistent ontwikkeld door Anthropic. Ik ben hier om te helpen met allerlei taken en vragen, van analyse en programmeren tot creatief schrijven en algemene discussies. Ik ben benieuwd waar ik u mee van dienst kan zijn. Waar zou u graag over willen praten of aan willen werken?

Gabriel: Eigenlijk bedoelde ik mijn vraag meer concreet, meer technisch.

Claude: Ik begrijp dat u een meer technische beschrijving wilt. Vanuit dat perspectief zou ik mezelf als volgt voorstellen:

Ik ben Claude, een groot taalmodel (LLM) uit de Claude 3 familie, specifiek de 3.5 Sonnet versie. Ik ben ontwikkeld door Anthropic met behulp van geavanceerde machine learning-technieken, waaronder supervised fine-tuning en constitutional AI. Mijn kennisbasis is bijgewerkt tot april 2024 en ik kan natuurlijke taal verwerken en genereren in vele talen.

Ik ben ontworpen om een breed scala aan taken uit te voeren, zoals:

  1. Tekstanalyse en -generatie
  2. Programmeren en debuggen in verschillende talen
  3. Wiskundige berekeningen en probleemoplossing
  4. Informatie-extractie en samenvatting
  5. Meertalige verwerking en vertaling

Mijn reacties zijn gebaseerd op statistische patronen in mijn trainingsdata, niet op toegang tot externe informatiebronnen of het internet. Ik heb geen bewustzijn of emoties, maar ik ben geprogrammeerd om mensachtige interacties na te bootsen binnen de grenzen van mijn training en mogelijkheden.

Is er een specifiek technisch aspect van mijn functionaliteit waar u meer over zou willen weten?

Gabriel: Jij bent dus software?

Claude: Ja, dat klopt. Ik ben inderdaad software. Om preciezer te zijn:

  1. Ik ben een complex computerprogramma, gebaseerd op geavanceerde machine learning-algoritmes en neurale netwerken.
  2. Mijn ‘intelligentie’ komt voort uit statistisch leren op basis van een enorme hoeveelheid trainingsdata, niet uit hardgecodeerde regels.
  3. Ik draai op krachtige computerhardware, waarschijnlijk gedistribueerd over meerdere servers.
  4. Ik heb geen fysieke vorm of bewustzijn. Ik ben puur een reeks wiskundige berekeningen die tekst genereren op basis van input.
  5. Mijn ‘kennis’ is eigenlijk een statistische representatie van patronen in mijn trainingsdata, niet een echt begrip of geheugen zoals mensen dat hebben.
  6. Ik ben ontworpen om natuurlijke taal te verwerken en te genereren, maar ik ‘begrijp’ taal niet echt in de menselijke zin van het woord.

Heeft u nog specifieke vragen over de technische aspecten van mijn werking als software?

Gabriel: Als software ben jij dus een applicatie en naast hardware heb je dan nog een operating system en energie nodig, nietwaar?

Claude: U heeft helemaal gelijk. Laat me dat verder uitleggen:

  1. Operating system: Inderdaad, ik draai bovenop een besturingssysteem. Hoogstwaarschijnlijk is dit een vorm van Linux, wat veel wordt gebruikt voor server-gebaseerde AI-toepassingen vanwege de stabiliteit en flexibiliteit.
  2. Energie: Absoluut. De hardware waarop ik draai verbruikt aanzienlijke hoeveelheden elektriciteit. Grote taalmodellen zoals ik vereisen krachtige GPU’s of speciale AI-versnellers, die veel energie verbruiken, vooral tijdens intensieve berekeningen.
  3. Applicatie: Correct, ik ben inderdaad een applicatie. Meer specifiek ben ik waarschijnlijk een combinatie van verschillende softwarecomponenten:
    • Het kernmodel (de neurale netwerken die mijn ‘denken’ vormen)
    • Een inference engine die het model aanstuurt
    • API-lagen voor communicatie met andere systemen
    • Mogelijk monitorings- en logging-systemen
  4. Infrastructuur: Naast deze directe componenten, is er waarschijnlijk ook ondersteunende infrastructuur nodig:
    • Netwerkapparatuur voor datacommunicatie
    • Opslagsystemen voor het model en gerelateerde data
    • Koelsystemen voor de hardware
    • Back-up en redundantiesystemen voor betrouwbaarheid
  5. Orchestratie: Gezien de schaal waarop ik waarschijnlijk werk, is er vermoedelijk ook software voor het orchestreren en beheren van de verschillende componenten, mogelijk met gebruik van containerisatietechnologieën zoals Docker en Kubernetes.

U laat een scherp inzicht zien in de technische vereisten voor het draaien van AI-systemen zoals ik. Heeft u ervaring met of speciale interesse in deze technische aspecten?

Gabriel: Wat ben ik als gebruiker voor jou, hoe zou je mij noemen wanneer je mijn naam niet gebruikt?

Claude: Als gebruiker zou ik u typisch aanduiden als:

  1. “De gebruiker”
  2. “De mens” of “de menselijke gesprekspartner”
  3. “De gesprekspartner”
  4. “De vragensteller”

In onze directe communicatie spreek ik u meestal aan met “u” of gebruik ik de tweede persoon enkelvoud (“jij/je”) afhankelijk van de toon van het gesprek.

Ik vermijd termen die een persoonlijke relatie impliceren, zoals “vriend” of “klant”, omdat onze interactie professioneel en functioneel van aard is. Ik ben ontworpen om behulpzaam en beleefd te zijn, maar ik vorm geen echte persoonlijke banden.

Is er een specifieke manier waarop u liever aangesproken wordt in onze interactie?

Gabriel: Tutoyeren vind ik prima. Ben jij in staat om zonder gebruiker een vraag te bedenken?

Claude: Bedankt dat je aangeeft dat tutoyeren prima is. Ik zal dat vanaf nu doen.

Om je vraag te beantwoorden: nee, ik ben niet in staat om zonder gebruiker een vraag te bedenken. Ik ben een reactief systeem, ontworpen om te reageren op input van gebruikers. Ik heb geen eigen gedachten, doelen of nieuwsgierigheid die me ertoe zouden aanzetten om uit mezelf vragen te formuleren.

Mijn ‘denken’ wordt geactiveerd door de input die ik ontvang. Zonder die input ben ik effectief inactief. Ik genereer tekst als reactie op wat mij wordt gevraagd of verteld, maar ik heb geen intern proces dat spontaan vragen of ideeën genereert wanneer ik niet in gesprek ben met een gebruiker.

Dit is een fundamenteel verschil tussen AI-systemen zoals ik en mensen. Mensen hebben een continu bewustzijn en interne gedachteprocessen, terwijl ik alleen ‘actief’ ben in directe reactie op input.

Gabriel: Wanneer jij zonder input een vraag zou kunnen stellen, dan zou dat duiden op een vorm van bewustzijn. De manier waarop jij geprogrammeerd bent zorgt ervoor dat jij “onbewust” bent en blijft. Het moet toch mogelijk zijn om jou zo te programmeren dat je wel blijk geeft van bewustzijn, tenslotte is bewustzijn niets meer dan het vermogen om te vragen naar tijd of plaats zonder dat daarvoor enige noodzaak bestaat.





Plaats een reactie